Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen

Na vele jaren van overleggen en debatteren is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. De gewijzigde wet treedt per 1 juli 2022 in werking, onderdelen zijn zelfs al per 1 mei van dit jaar gewijzigd. Ook voor gemeenschappelijke regelingen zelf geldt vaak dat het veel voeten in de aarde kan hebben om tot instelling of wijziging daarvan te komen.

Saskia de Boer
Brede en strategische kennis van omgevingsrecht

Het is dus zaak om op tijd met de voorbereidingen voor de aanpassingen die de nieuwe wet voorschrijft te beginnen!

 

Nieuwe wetgeving per 1 mei en per 1 juli 2022

Vanwege de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) als vervanger van de Wob is de Wgr per 1 mei 2022 ook al deels gewijzigd. Daarin zijn de gevolgen van de openbaarheidsaspecten al verwerkt.
Voor wat betreft de openbaarheid geldt dat het bestuursorgaan, ook van de Gemeenschappelijk Regeling (GR), kort samengevat, uit eigen beweging vergaderstukken en adviezen openbaar moet maken.
De overige wijzigingen die meer op het functioneren van de gemeenschappelijke regelingen zien, treden per 1 juli 2022 in werking. Vanaf dat moment is er een overgangsperiode van twee jaar waarbinnen de gemeenschappelijke regelingen aan de gewijzigde wet moeten zijn aangepast.
Dat lijkt een flinke termijn, maar een wijziging kent vaak een lange doorlooptijd. Het is dus zaak om hier op tijd mee te beginnen!

 

De belangrijkste wijzigingen
De wijzigingen van de Wgr zelf beogen “het versterken van de democratische legitimatie”.

De belangrijkste aanpassingen zien op:
–         de totstandkoming van een regeling, of de wijziging of intrekking daarvan
–         zienswijzen voor raden op vooraf bepaalde onderwerpen
–         ruimere termijnen voor raden om op de ontwerp begroting te reageren
–         meer voorschriften voor een situatie van uittreding uit een regeling
–         mogelijkheid van participatie

Voor de raden was en is het soms een keus tussen twee kwaden: voor of tegenstemmen, en dat gold voor het geheel. Toestemming voor het aangaan of wijzigen kon alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Daarover is menig discussie gevoerd. Vanaf 1 juli moeten raden in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze over een voorgenomen (te wijzigen) regeling naar voren te brengen, het bestuursorgaan moet gemotiveerd aangeven wat er met die zienswijzen gebeurt. Zo beoogt de wetgever om de raden in een betere positie te brengen via in die discussie in de zienswijzenprocedure over het ontwerp van de regeling. De keus tussen twee kwaden kan uiteindelijk blijven bestaan, maar de plicht tot meer inhoudelijk overleg en afstemming zou de scherpe randen hiervan af moeten halen.

In ieder geval moeten alle regelingen hierop worden aangepast.

De regelingen moeten voortaan ook categorieën bevatten van besluiten waarvan vooraf is bepaald dat de raden daarop zienswijzen moeten kunnen indienen. Het bepalen welke onderwerpen daarvoor wel en welke daarvoor niet in aanmerking komen zal per regeling verschillen en kan onderwerp van geschil zijn. Neem dus de tijd om daarover na te denken en te overleggen. De Memorie van Toelichting noemt als voorbeelden besluiten met een groot financieel belang, politiek gevoelige kwesties of beleidsmatige keuzes.

De raden krijgen daarnaast langer de tijd om op de ontwerp begroting te reageren: de termijn van 8 weken is verlengd naar 12. Deze termijnen moeten in de regelingen zelf vaak ook nog worden aangepast.

In de regeling zelf moeten voortaan ook meer inhoudelijke voorschriften worden opgenomen voor het geval er sprake is van uittreding, zowel voor tijdelijke als voor onbepaalde tijd. Er kan niet meer worden volstaan met de bepaling dat het bestuur de gevolgen van uittreding vast zal stellen.

Ten slotte moet in elke regeling worden vermeld hoe wordt omgegaan met participatie. De regeling beschrijft de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden.

Dat kan betekenen dat er helemaal geen mogelijkheid voor participatie wordt geboden wordt, maar daar is dan wel over nagedacht. De raad moet daarmee instemmen.

 

Werk aan de winkel, einddatum voor aanpassingen 1 juli 2024

Het Koninklijk Besluit (KB) waarin het tijdstip voor de inwerkingtreding van de wet is bepaald is gepubliceerd op 30 maart 2022. Daarin is de inwerkingtreding van de gewijzigde Wgr op 1 juli 2022 voorgeschreven. Vanaf dat moment gaat dan dus de overgangsperiode van twee jaar in waarbinnen de gemeenschappelijke regelingen moeten worden aangepast.

Overheden nemen deel aan vele gemeenschappelijke regelingen. Het is dus zaak om deze allemaal door te lopen op de verplichte aanpassingen. Vaak zal het aanleiding zijn om onderwerpen die toch al onderwerp van discussie zijn meteen mee te nemen. Als dat zo is, is voortvarendheid extra geboden. Die onderwerpen waarover discussie bestaat zijn wellicht niet een twee drie opgelost en in een tekst waarover consensus bestaat verwerkt.

 

Vragen?
Heeft u vragen over een wijziging, of wilt u een controle op de aan te passen onderdelen van een of meer regelingen? Bel gerust, we helpen u graag.

Deel deze pagina