Deze week deel 1, waarin wordt uitgelegd hoe een omgevingsvergunning voor bouwen (onder de Wabo) onder de Omgevingswet kan worden verleend. In deel 2 wordt uitgelegd hoe een afwijking van het bestemmingsplan (onder de Wabo) onder de Omgevingswet kan worden verleend.

Achtergrond Omgevingsvergunning
Allereerst, onder de Omgevingswet moeten 2 toestemmingen worden verkregen voor het kunnen (ver)bouwen van een gebouw. Dat is een technische bouwactiviteit (waarmee de huidige bouwbesluit toets) wordt bedoeld. Daarnaast moet een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd, waarin wordt beoordeeld of de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan (van rechtswege).
Vanaf het moment waarop de Omgevingswet in werking treedt, heeft iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege of het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit de bestemmingsplannen, exploitatieplannen, beheersverordeningen en dergelijke, een aantal gemeentelijke verordeningen, en de vervallen rijksregels over activiteiten, ook wel de bruidsschat. Daarin staan bijvoorbeeld de verbodsbepaling voor bouwen en de toetsingscriteria voor een aanvraag (beoordelingsregels). Hieronder werk ik de beide vergunningplichten uit.
Technische bouwactiviteit
Voor wat betreft de technische bouwactiviteit geldt een vergunningplicht[1], tenzij kan worden volstaan met een melding voor alle bouwwerken die als gevolgklasse 1 kunnen worden aangemerkt[2]. Verbouwingen van bestaande panden vallen tot nader order niet onder gevolgklasse 1.[3]
De aanvraag om een technische bouwactiviteit wordt verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de technische regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en de maatwerkregels uit het Omgevingsplan.[4] Voor deze vergunning moeten dus de technische gegevens, zoals constructiegegevens, belastinggegevens worden ingediend.[5] Inhoudelijk zijn dit dezelfde aanvraagvereisten als nu gelden.
Daarnaast moet worden gemeld of participatie heeft plaatsgevonden.[6] Het gaat dus niet om een participatieverplichting, maar puur om een verplichting om bij de aanvraag aan te geven of en zo ja, hoe, participatie heeft plaatsgevonden. Er kan bij de vraag over participatie bijvoorbeeld ook worden ingevuld dat er geen participatie heeft plaatsgevonden, of dat er is geparticipeerd, maar niets met de resultaten is gedaan.
De vergunning wordt verleend met de reguliere, korte procedure waarvoor een termijn van 8 weken staat, die met 6 weken kan worden verlengd. Op welk tijdstip deze vergunning gaat worden aangevraagd is een keuze, deze hoeft niet tegelijkertijd met de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd. En daarbij is het niet langer mogelijk dat de vergunning van rechtswege wordt verleend.
Vervolgens is er bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk tegen deze vergunning. Verwacht mag worden dat bezwaren tegen deze vergunning beperkt zullen zijn, deze kunnen immers alleen over de technische aspecten van het bouwwerk gaan. In beroep zal de groep verder worden ingeperkt tot partijen die door deze technische aspecten direct in hun belang worden geraakt.[7] Dat zal een beperkte groep zijn.
Omgevingsplanactiviteit
Met de vergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA) geeft het college toestemming voor het bouwen in overeenstemming of in afwijking van het omgevingsplan.[8] Tot het moment waarop de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege heeft gewijzigd, wordt de vergunning verleend als:
a. de aanvraag niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken,
b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota,
c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:
1°. De toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden, of;
2°. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen.
Dit is hetzelfde toetsingskader zoals dat nu (met uitzondering van de Bouwbesluittoets) op grond van art. 2.10 Wabo ook geldt. Voor deze vergunning moeten bijvoorbeeld dus situatietekeningen, tekeningen met de nieuwe en bestaande toestand, de ontsluiting worden ingediend.[9] Inhoudelijk zijn dit dezelfde aanvraagvereisten die nu gelden. Ook hier moet worden gemeld of participatie heeft plaatsgevonden en zo ja, wat er met deze resultaten is gedaan en niet is bedoeld een participatieverplichting op te leggen.[10]
De vergunning wordt verleend met de reguliere, korte procedure waarvoor een termijn van 8 weken staat, die met 6 weken kan worden verlengd. Op welk tijdstip deze vergunning gaat worden aangevraagd is een keuze, deze hoeft niet tegelijkertijd met de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd. En daarbij is het niet langer mogelijk dat de vergunning van rechtswege wordt verleend. Vervolgens is er bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk tegen deze vergunning.
[1] Art. 5.1 lid 2a, 5.18 en 5.20 Omgevingswet jo art. 2.25 en 2.27 Besluit bouwwerken leefomgeving
[2] Art. 2.18 Besluit bouwwerken leefomgeving
[3] Art. 2.18 lid 3a en 4 Besluit bouwwerken leefomgeving, vermoedelijk zullen verbouwingen van bestaande panden per 1 juli 2024 wel meldingsplichtig worden, maar dan resteert nog steeds de bepaling dat niet grondgebonden woningen niet onder gevolgklasse 1 vallen
[4] Art. 8.3b Besluit kwaliteit leefomgeving
[5] Art. 7.5 ev Omgevingsregeling.
[6] Art. 7.4 Omgevingsregeling.
[7] Dit vanwege de relativiteitstoets die de rechter toepast, art. 8:69a Awb
[8] Art. 5.1 lid 1a jo art. 5.18 en 5.21 Omgevingswet en art. 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving als het omgevingsplan is vastgesteld, tot die tijd geldt het omgevingsplan van rechtswege en daaruit 22.26 Bruidsschat
[9] Art. 22.35 Bruidsschat tot het moment waarop het omgevingsplan door de gemeenteraad is vastgesteld
[10] Art. 7.4 Omgevingsregeling
