Wat speelde er: het college van B&W van Drimmelen heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van Zonnepark De Bergen in Terheijden, voor de duur van 25 jaar. Appellanten zijn de concurrenten van de vergunninghouder en procederen zowel tegen deze verleende vergunning als tegen de besluiten waarin hun aanvragen zijn geweigerd. Ook in die zaak heeft de Afdeling uitspraak gedaan, deze uitspraak is gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:RVS:2022:442.
De aanvragen zijn in strijd met het bestemmingsplan. Bij de afwijking van het bestemmingsplan is onder meer het gemeentelijke “Beleidskader grootschalige zonnevelden” toegepast. Voor projecten die binnen dit beleidskader passen, is door de raad een algemene verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Dit beleid is op 28 september 2018 in werking getreden. Het bevat voor de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunning voor grootschalige zonnevelden leidende principes.
Omdat in een zeer korte periode na de vaststelling van het beleidskader, een substantieel aantal aanvragen is ingediend, heeft de raad op 28 februari 2019 besloten om het beleidskader te wijzigen, waarin het maximaal aantal te realiseren hectare zonnevelden van 150 naar 10 hectare is teruggebracht. Bij het besluit tot wijziging is in een overgangsregeling voorzien en verder is de algemene verklaring van geen bedenkingen ingetrokken en ook hier is overgangsrecht opgenomen. Door deze overgangsregelingen blijven het oude beleid en algemene verklaring van geen bedenkingen voor oudere aanvragen geldig. De vergunning voor Zonnepark De Bergen is getoetst aan het “oude” beleidskader, de overige vergunning zijn getoetst aan het gewijzigde beleidskader.
De rechtbank is van oordeel dat de inhoudelijke toetsing aan het beleidskader, anders dan het college stelt, niet voor alle aanvragen op een gelijke wijze is verlopen, in die zin dat het er de schijn van heeft dat Zonnepark De Bergen is bevoordeeld. Het college heeft volgens de rechtbank er bijvoorbeeld voor Zonnepark De Bergen voldoende geacht dat de aanvraag ‘in voldoende mate in overeenstemming is met het beleidskader’, terwijl bij de behandeling van de andere aanvragen, ter zitting door het college is gesteld dat, om voor een omgevingsvergunning in aanmerking te komen, een zonnepark een ‘uitzonderlijk project’ moet zijn. De rechtbank heeft het besluit vernietigd en het college heeft vervolgens een nieuw besluit genomen. Beide besluiten liggen voor bij de Raad van State.
De Afdeling deelt het oordeel van de rechtbank. Verwezen wordt naar de wijziging van het beleid, maar ook het verschil in inhoudelijke toetsing. Bij de geweigerde aanvragen is bijvoorbeeld uitgebreid ingegaan op de maatschappelijke weerstand en bij de aanvraag van Zonnepark De Bergen is dit aspect niet besproken. Ook is de verhouding tussen de toetsingsgronden en de in het beleidskader opgenomen principes en uitgangspunten onduidelijk en de gemaakte waardering van positieve en negatieve punten is niet inzichtelijk.
Maar ook het herstelbesluit haalt de eindstreep niet. Er is een nieuwe verklaring van geen bedenkingen en een vergunning voor het project van Zonnepark De Bergen afgegeven. Bij het besluit hoort de ‘Nadere motivering van de gemeenteraad omtrent de aangevraagde grootschalige zonneparken’. Daarin zijn op basis van de criteria en uitgangspunten die in het beleidskader zijn opgenomen, punten aan de aanvragen toegekend. Volgens deze beoordeling springt Zonnepark De Bergen boven de andere initiatieven uit en heeft als enige meer dan het gemiddelde aantal punten behaald.
Het college stelt zich bij de nieuwe besluiten van 6 april 2021 op het standpunt dat alle besluiten zijn getoetst aan het ongewijzigde beleidskader van 13 september 2018, een totale oppervlakte van 150 ha beschikbaar is voor alle aanvragen. Het toegepaste puntensysteem is volgens het college geen tendersysteem, maar is enkel bedoeld om de keuzes bij de toetsing aan het beleid te objectiveren.
Een dergelijk puntenstelsel is volgens de Afdeling aanvaardbaar. Maar de toepassing van het puntenstelsel in dit geval niet. De redenen daarvoor zijn dat het puntensysteem niet volgt uit het beleidskader. Verder ziet de Afdeling in de inhoudelijke beoordeling nog altijd een onjuiste uitleg van de criteria en een niet beargumenteerde voorkeur voor de aanvraag van Zonnepark De Bergen. De Afdeling legt dit nauwkeurig uit aan de hand de door het college gemaakte afwegingen. De Afdeling is van oordeel dat de toetsing opnieuw niet objectief en voor alle aanvragen op gelijke voet is uitgevoerd. De Afdeling vernietigt alle besluiten, waardoor het college en de gemeenteraad opnieuw moeten gaan nadenken over welke zonneparken wel kunnen worden toegelaten.
Na het arrest van de Hoge Raad over Didam (zie daarvoor onze blog): opnieuw een belangrijke waarschuwing voor gemeenten en aanbieders van zonneparken. Het maken van één op één afspraken over ruimtelijke ontwikkelingen, wordt steeds ingewikkelder.
