Het advies noemt een aantal snelle maatregelen dat op de korte termijn kan worden genomen uitgaande van de bestaande wetgeving. In een tweede advies dat in mei 2020 zal worden uitgebracht zal worden gekeken naar de lange termijn aanpak, een toetsingskader en maatregelen om de Natura 2000 gebieden te verbeteren. Maar tegelijkertijd meldt de commissie Remkes dat in veel gevallen eerst aantoonbaar vermindering van stikstofdepositie èn natuurherstel plaats zal moeten vinden voordat nieuwe projecten kunnen worden uitgevoerd. Veelbetekenend is dan ook de titel van het rapport: “Niet alles kan”.
Wat betekent dat voor lopende projecten? De commissie Remkes stelt dat vergunningverlening weer moet worden opgestart. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van de bestaande instrumenten zoals intern en extern salderen en de ADC (beperkt). Dit betekent dat per project moet worden beoordeeld of en welke maatregelen kunnen helpen bij het “lostrekken” van het project. Inmiddels kan ook weer worden gerekend, doordat sedert maandag 16 september Aerius is opengesteld. En in ieder geval voor het berekenen van de depositie van “bouwprojecten” kan worden gebruikt.
Gelet op het belang van dit advies hebben we hieronder een korte samenvatting opgenomen.

Samenvatting advies
Het verzinnen van een ‘juridische list’ is, los van de vraag of die er zou zijn, in de ogen van het Adviescollege onacceptabel. Geloofwaardig en aantoonbaar herstel van Natura 2000-gebieden en een reductie van emissies is noodzakelijk. Ook het intrekken of wijzigen van de beschermde Natura 2000 gebieden of een inperking van de voor de gebieden geformuleerde instandhoudingsdoelen is een niet -realistische oplossingsrichting. Het Adviescollege adviseert om specifiek per Natura 2000- gebied maatregelen te treffen waardoor de stikstofdepositie wordt verminderd. Alle sectoren die stikstof uitstoten moeten daaraan bijdragen. De maatregelen kunnen tijdelijk zijn, zolang ze maar tot gevolg hebben dat de emissie van stikstof aantoonbaar daalt. Bij alle gerealiseerde reductie dient een deel te worden afgeroomd voor de aanpak van knelpunten. Deze mag dus niet volledig worden aangewend voor nieuwe activiteiten.
Maatregelen bouwsector
Het Adviescollege is van mening dat er bij de bouw moet worden gezocht in de hoek van modulair, energieneutraal, circulair en natuurinclusief bouwen en door beter gebruik van innovatieve technieken en materialen. Het Adviescollege adviseert aanbestedingsvoorwaarden en vergunningsvoorwaarden hierop aan te passen. Op korte termijn worden dus geen concrete oplossingen aangeboden, gebruik moet worden gemaakt van de bestaande instrumenten.
Maatregelen veehouderij
Allereerst moeten de maatregelen die de veehouderij al op grond van de PAS zouden uitvoeren (beperking van uitstoot door bv het plaatsen van luchtwassers) versneld en dwingend worden uitgevoerd. Agrariërs die veel stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied veroorzaken dienen door de overheid gericht te worden verworven of gesaneerd. De provincies dienen deze bedrijven en eventuele maatregelen in kaart te brengen. Voor oplossingsrichtingen voor het beweiden en bemesten zal de commissie een apart advies eind 2019 uitbrengen.
Maatregelen mobiliteit
Op het gebied van mobiliteit adviseert het Adviescollege een snelheidsverlaging door te voeren op rijks- en provinciale wegen. Daarbij moet allereerst worden gekeken naar wegen of gebieden die in de buurt liggen van Natura 2000-gebieden en waar de snelheidsverlaging het meeste effect heeft. In het tweede advies komt andere mobiliteit aan de orde (openbaar vervoer, vrachtvervoer, scheepvaart en luchtvaart).
Maatregelen industrie
Het Adviescollege adviseert om provincies de opdracht te geven om op korte termijn te onderzoeken welke industrieën bijdragen aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en welke maatregelen nodig zijn. Daarbij moeten ook de klimaatdoelen en de transitie naar duurzame energie worden betrokken.
Natuurmaatregelen
De commissie adviseert om bufferzones rond Natura 2000-gebieden aan te leggen, die bijvoorbeeld door natuurinclusieve landbouw kunnen worden benut. Deze kunnen zorgen voor robuustere condities voor stikstofgevoelige natuur.
Hoe om te gaan met de gerealiseerde reductie?
Een deel van de gerealiseerde reductie moet worden afgeroomd. Met andere woorden: intern en extern salderen is mogelijk, maar niet alle winst mag dan meteen weer worden opgesoupeerd. Daarnaast kan worden overwogen om uitgegeven depositie voor projecten die niet binnen 2 jaar zijn gerealiseerd, weer in te trekken.
De vrijgekomen ruimte kan worden gebruik voor het oplossen van knelpunten zoals activiteiten die onder de PAS onder de grenswaarde vielen en daarmee waren vrijgesteld van een vergunningplicht, tijdelijke emissies (denk aan de aanlegfase van woningbouw) of vernietigde vergunningen waarop opnieuw moet worden besloten. De commissie is van mening dat opnieuw een drempelwaarde voor kleine deposities zou kunnen worden geïntroduceerd, maar zal daar in haar tweede advies op terug komen.
Tot slot
Mocht u naar aanleiding van deze mail nog vragen hebben of de gevolgen voor een concreet project willen bespreken, neem dan gerust met een van ons contact op.