GS mag tijdelijk afzien van handhaving tegen PAS-melders

Op 28 februari 2024 heeft de Afdeling drie uitspraken gedaan over zogenoemde PAS-melders.

Remco Sipman
Brede kennis van omgevingsrecht, subsidierecht en aanbestedingsrecht

Het Programma Aanpak Stikstof voorzag vanaf 1 juli 2015 in de mogelijkheid om bij beperkte stikstofdeposities als gevolg van een project, te volstaan met een melding. Zoals bekend is de PAS op 29 mei 2019 onverbindend verklaard. Omdat de PAS-melders geen vergunning in handen kregen als gevolg van hun melding maar zich beriepen op een onverbindend verklaard algemeen verbindend voorschrift, bestond voor het project geen natuurtoestemming. Een aantal natuurorganisaties heeft daarom om handhaving verzocht bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten van Utrecht en Overijssel hebben besloten om af te zien van handhavend optreden. Na beroep bij de rechtbanken, heeft nu de Afdeling in drie uitspraken een lijn uitgezet (zie website van de Raad van State).

Het goede nieuws voor de PAS-melders is dat Gedeputeerde Staten rekening mocht houden met het voornemen van de regering om het voor PAS-melders mogelijk te maken om medio 2025 hun melding vergund te krijgen. PAS-melders kunnen in zoverre tot medio 2025 respijt krijgen.

De Afdeling ziet namelijk in:

(1) de individuele belangen van de PAS-melders,

(2) de rechtszekerheid die PAS-melders aan het PAS-regime mochten ontlenen,

(3) de verschillende uitlatingen van de overheid na de PAS-uitspraak dat PAS-melders zullen worden gelegaliseerd,

(4) het legalisatieprogramma dat ervan uitgaat dat medio 2025 alle PAS-melders een natuurvergunning kunnen aanvragen, en

(5) het feit dat het legalisatieprogramma in uitvoering is en de bedrijven daarin de mogelijke stappen hebben ondernomen, bijzondere omstandigheden die voor het college aanleiding kunnen zijn om handhavend optreden onevenredig te achten in verhouding tot het natuurbelang en tot medio 2025 af te zien van handhavend optreden.

Daar staat echter wel tegenover dat Gedeputeerde Staten het natuurbelang nadrukkelijk moet meewegen bij de beslissing om af te zien van handhavend optreden. Dat is in de drie zaken* van 28februari niet voldoende gebeurd, zodat de Afdeling aanleiding ziet om te bepalen dat Gedeputeerde Staten opnieuw op de handhavingsverzoeken moet beslissen.

*Vleesverwerker IJsselstein (202106907/1), Biocentrale Balkbrug (202201726/1) en  Melkveehouderij Kampen (202203831/1).

Deel deze pagina