De Afdeling overweegt dat de nadere motivering die de minister aanleverde onvoldoende actueel was. De minister is ten onrechte niet uitgegaan van de beschikbare informatie ten tijde van het de aanvullende motivering. Artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn vereist namelijk een voortdurende monitoring en, voor zover nodig, bijsturing of aanvulling van de maatregelen die worden ingezet om de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn te bereiken. Dit maakt dat de minister gehouden was om in zijn nadere motivering te bezien of, uitgaande van de gegevens die beschikbaar waren ten tijde van de nadere motivering, de stikstofreducerende maatregelen die in 2022 waren voorzien nog steeds toereikend zijn om de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn te bereiken. De Afdeling stelt vast dat de minister deze NDA’s en adviezen steeds nadrukkelijk buiten de nadere motivering heeft gehouden.
De Afdeling oordeelt bovendien dat additionaliteit ‘vol’ getoetst moet worden door de minister. In veel gevallen is de minister weliswaar niet de beheerder van Natura 2000-gebieden, maar de minister kan wel invloed uitoefenen door onder meer programma’s of omgevingswaarden vast te stellen. De minister komt dus niet weg met het betoog dat kan worden volstaan met de beperkte vergewisplicht. Daarmee is ook duidelijk dat provincies zich in het planspoor niet kunnen beroepen op de beperktere vergewisplicht.

Dat een groot deel van het vrijkomende saldo ten goede komt aan de natuur, is volgens de Afdeling onvoldoende om in algemene zin te kunnen concluderen dat is voldaan aan het additionaliteitsvereiste. De minister moet motiveren dat het deel van de stikstofruimte dat als mitigerende maatregel wordt ingezet niet nodig is als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. De minister kan weliswaar verwijzen naar beleid waarin wordt afgeroomd, dat laat echter onverlet dat moet worden aangetoond dat de benodigde daling van stikstofdepositie zal worden bereikt. In dit geval ziet de Afdeling in het licht van de inhoud van de NDA’s en adviezen van de Ecologische Autoriteit over de staat van de natuur in de betrokken Natura 2000-gebieden, geen aanleiding om aan te nemen dat voldoende maatregelen worden getroffen om te kunnen concluderen dat de mitigerende maatregelen die worden getroffen ten behoeve van het project A27/A12 Ring Utrecht niet nodig zijn als instandhoudings- of passende maatregel.
Dat zal een waarschuwing voor provincies zijn: alleen afromen is niet altijd voldoende om aan het additionaliteitsvereiste te voldoen.
