Permanente bewoning van vakantieparken: wat betekenen de nieuwe afspraken?

De discussie over permanente bewoning van vakantieparken houdt Nederland al jaren bezig. Door de aanhoudende woningnood wonen duizenden mensen noodgedwongen in een recreatiewoning, terwijl dit volgens de geldende regels vaak niet is toegestaan. Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ontwikkeling heeft daarom samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) nieuwe afspraken gemaakt om meer duidelijkheid te bieden aan zowel bewoners als gemeenten. De Tweede Kamer is hierover op 3 juli 2026 geïnformeerd.

Samee Sabur
Bestuursrechtelijke én politieke ervaring met een enorm doorzettingsvermogen.

Geen landelijke verplichting, maar ruimte voor maatwerk
Opvallend is dat het kabinet afziet van de eerder aangekondigde landelijke instructieregel van Mona Keijzer, waarmee permanente bewoning van vakantieparken gedurende tien jaar gelegaliseerd zou worden. Uit onderzoek is gebleken dat een landelijke regeling in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is en onvoldoende rekening houdt met de grote verschillen tussen vakantieparken en gemeenten.

In plaats daarvan kiezen het Rijk en de gemeenten voor een aanpak waarin lokaal maatwerk centraal staat. Dat betekent dat gemeenten zelf blijven bepalen welke vakantieparken in aanmerking komen voor een woonbestemming en waar de recreatieve functie behouden blijft.

Meer zekerheid voor huidige bewoners
Voor mensen die al permanent in een recreatiewoning wonen, bieden de nieuwe afspraken meer zekerheid. Uitgangspunt is dat bestaande bewoners niet zonder meer uit hun recreatiewoning worden gezet. Gemeenten worden geacht iedere situatie zorgvuldig en individueel te beoordelen, waarbij nadrukkelijk oog is voor de menselijke maat, kwetsbare bewoners en het behoud van vitale recreatieparken.

Wanneer legalisatie mogelijk is, wordt onderzocht of de bestaande woonsituatie kan worden toegestaan. Is legalisatie niet haalbaar, dan dienen gemeenten samen met bewoners te zoeken naar een passende oplossing. Voor bewoners in een kwetsbare positie geldt daarbij extra bescherming.

Later dit jaar verschijnt een landelijk handelingskader dat gemeenten ondersteunt bij deze afwegingen. De minister kan gemeenten aanspreken wanneer zij zich niet aan de gemaakte afspraken houden.

Transformatie van vakantieparken
Vanwege de aanhoudende woningnood worden sommige vakantieparken steeds vaker gezien als potentiële woonlocaties. Het kabinet wil gemeenten daarom ondersteunen bij de transformatie van geschikte recreatieparken naar reguliere woonwijken.

Deze ondersteuning bestaat onder meer uit:
– hulp bij het ontwikkelen van gemeentelijk beleid;
– ondersteuning van lokale initiatieven;
– het delen van kennis en praktijkervaring tussen gemeenten;

– begeleiding van eigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) tijdens transformatieprocessen.

Niet ieder vakantiepark komt hiervoor in aanmerking. Op veel locaties blijft recreatie de primaire bestemming.

Handhaving blijft mogelijk
Hoewel de nieuwe afspraken meer ruimte bieden voor maatwerk, behouden gemeenten hun bevoegdheid om handhavend op te treden wanneer daarvoor aanleiding bestaat. Dat geldt bijvoorbeeld in situaties waarin sprake veiligheidsproblemen of ondermijnende criminaliteit. Wel roept de minister gemeenten op om terughoudend te zijn met handhaving totdat het landelijke handelingskader gereed is.

Wat betekent dit voor eigenaren en kopers?
Voor eigenaren van recreatiewoningen verandert de bestemming van hun woning niet automatisch. De planologische bestemming blijft bepalend. Wie een recreatiewoning wil kopen met de bedoeling daar permanent te wonen, doet er daarom verstandig aan vooraf zorgvuldig na te gaan welk beleid de betreffende gemeente voert.

Ook voor huidige bewoners blijft het belangrijk om in gesprek te blijven met de gemeente. De nieuwe afspraken bieden meer duidelijkheid en bescherming, maar betekenen niet dat permanente bewoning overal automatisch wordt toegestaan.

Conclusie
Met de nieuwe afspraken kiest het kabinet nadrukkelijk voor een pragmatische aanpak. In plaats van één landelijke regeling staat voortaan maatwerk op gemeentelijk niveau centraal. Gemeenten krijgen daarmee meer ruimte om een afweging te maken tussen de woningnood, de belangen van huidige bewoners en het behoud van recreatieparken met een recreatieve functie. Deze koerswijziging laat zien dat permanente bewoning van recreatieparken niet langer uitsluitend wordt benaderd als een handhavingsvraagstuk, maar ook wordt gezien als onderdeel van een bredere aanpak van de woningnood. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat vakantieparken in beginsel zijn bestemd voor recreatief gebruik, tenzij een gemeente bewust kiest voor een andere planologische functie.

Voor mensen die al jarenlang permanent in een recreatiewoning wonen, betekenen de nieuwe afspraken een belangrijke stap richting meer rechtszekerheid. De komende jaren zal vooral op gemeentelijk niveau worden bepaald welke vakantieparken hun recreatieve bestemming behouden en welke locaties in aanmerking komen voor transformatie naar reguliere woonwijken. Daarmee wordt het lokale beleid bepalend voor de positie van bewoners, eigenaren en investeerders.

Deel deze pagina