Nieuwe lijn vertrouwens-beginsel

Naast de uitspraak over de PAS, is er recent een zo mogelijk nog belangrijkere uitspraak over het vertrouwensbeginsel gewezen. Deze uitspraak zal voor alle overheidsinstanties en ambtenaren verstrekkende gevolgen hebben. Het gaat om de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, waarin de Afdeling eerder een conclusie heeft gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Wattel (ECLI:NL:RVS:2019:896). De Afdeling gaat in de uitspraak eerst in op het vertrouwensbeginsel en hoe dat beginsel in het omgevingsrecht dient te worden toegepast. Bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel moeten (zoals ook de AG heeft geconcludeerd) drie stappen worden doorlopen.

Janike Haakmeester
Brede en strategische kennis van omgevingsrecht, sparringpartner.

Naast de uitspraak over de PAS, is er recent een zo mogelijk nog belangrijkere uitspraak over het vertrouwensbeginsel gewezen. Deze uitspraak zal voor alle overheidsinstanties en ambtenaren verstrekkende gevolgen hebben. Het gaat om de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, waarin de Afdeling eerder een conclusie heeft gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Wattel (Link naar gepubliceerde uitspraak). De Afdeling gaat in de uitspraak eerst in op het vertrouwensbeginsel en hoe dat beginsel in het omgevingsrecht dient te worden toegepast. Bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel moeten (zoals ook de AG heeft geconcludeerd) drie stappen worden doorlopen. Uit deze stappen volgt dat meer de nadruk moet worden gelegd op hoe een uitlating of gedraging bij een redelijk denkende burger overkomt, en minder op wat een bestuursorgaan ermee bedoelde. En, ook in gevallen waarin niet uitdrukkelijk is aangegeven dat de toezegging namens het bevoegde orgaan is gedaan, zal de Afdeling voortaan minder de nadruk leggen op de precieze bevoegdheidsverdeling. Toezeggingen kunnen daarmee worden gedaan, aldus de Afdeling, door bijvoorbeeld een wethouder, een inspecteur bouw- en woningtoezicht en een medewerker van de afdeling vergunningverlening of handhaving. Tot slot overweegt de Afdeling dat het algemeen belang dat is gediend bij handhaving in beginsel zwaar weegt, maar niet doorslaggevend hoeft te zijn als er geen concrete bedreigde belangen van enige betekenis aangewezen kunnen worden.

 

Met deze afspraak heeft de Afdeling er voor gekozen om de instantie wiens functionarissen onbevoegd dingen toe zeggen de gevolgen daarvan te laten dragen. Dat vertrouwen hoeft, gelet op het specifieke karakter van de omgevingsrecht waarin belangen van derden betrokken zijn, alleen niet te worden gehonoreerd als er concrete bedreigde belangen van enige betekenis aangewezen kunnen worden. De Advocaat Generaal overweegt dat deze nieuwe lijn niet hoeft te betekenen dat het bestuur vaker dan nu zijn toezegging moet nakomen, dat hangt immers van de belangenafweging af. Het betekent wel dat het bestuur eerder dan nu een schadevergoeding of maatwerkoplossing moet aanbieden. Hij hoopt dat deze gewijzigde risicotoedeling leidt tot beter bestuur, doordat het bestuur zijn medewerkers beter zal instrueren en beter met justitiabelen zal communiceren, met name over bevoegdheden en procedures. Immers, naarmate meer van de door toedoen van het bestuur gedane toezeggingen aan het bestuur worden toegerekend, krijgt dat bestuur er meer belang bij om het risico op zulke fouten en schadevergoedingen te verkleinen.

 

De les voor de praktijk is ons inziens de volgende. Met deze lijn verschuift de focus bij een beroep op het vertrouwensbeginsel van de toezegging naar de belangenafweging. De nieuwe lijn zet de deur ver open voor het honoreren van toezeggingen. Die bovendien niet alleen door de bevoegde organen, maar ook (met name) door wethouders en ambtenaren kunnen worden opgewekt. Voor deze uitspraak strandde een beroep op het vertrouwensbeginsel vrijwel altijd bij de eerste twee stappen zoals deze in deze uitspraak zijn geformuleerd. Wethouders en ambtenaren konden altijd melden dat een toezegging van hen de burger niet kon binden, omdat alleen door een bestuursorgaan een bindende toezegging kon worden gedaan. Na deze uitspraak is dat niet meer aan de orde. De nieuwe lijn is ingezet om dit rechtsbeginsel meer te plaatsen in het perspectief van de burger. Begrijpelijk: het valt immers aan een burger niet goed uit te leggen dat de persoon met wie zij veelal aan tafel zitten om afspraken te maken over concrete initiatieven, dat zijn juist de wethouder en de ambtenaar, niet kunnen worden gehouden aan de gemaakte afspraken.

 

Maar, tegelijkertijd houdt de uitspraak voor wethouders en ambtenaren in dat zij  beter op hun tellen moeten passen. Zij zullen nog duidelijker bij toezeggingen waaraan zij niet gebonden willen worden concrete voorbehouden moeten maken dat toezeggingen en of afspraken alleen na instemming van het bevoegd gezag bindend zijn. Algemene disclaimers, zijn daarvoor onvoldoende. Verder is het belangrijk om als er afspraken (en voorbehouden) zijn gemaakt deze ook goed te documenteren of per e-mail te bevestigen, zodat achteraf kan worden teruggevonden welke afspraken (en voorbehouden) zijn gemaakt. Het lijkt goed om dit intern met alle ambtenaren en wethouders te bespreken.

 

Een lichtpuntje is dat voor de medewerker van de front office: de baliemedewerker die algemene informatie verschaft, nog een status aparte geldt, zo leert een uitspraak van 5 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2019:1832. Uitspraken van deze medewerkers worden gelet op de aard van de informatie in ieder geval niet aan het bestuur toegerekend.

Deel deze pagina